Tag Archief van: Zoogdieren

Jonge bonte vari’s en jonge capibara’s hebben we al gehad dit jaar. De reacties zijn vaak “OOOH wat schattig” bij deze diersoorten. Maar ook minder ‘schattige’ diersoorten hebben leuke baby’s.

De stekelvarkens hebben ook weer 2 baby’s ter wereld gebracht. De jongen komen hier kant en klaar ter wereld, dus geen roze wormpjes zoals bij sommige andere knaagdieren zoals eekhoorns of ratten. Bij stekelvarkens lopen de jongen direct rond met de oogjes open, net zoals bij capibara’s en andere cavia-achtigen. Alleen hebben stekelvarkens ‘stekels’. Gelukkig voor de moeder zijn deze zacht bij de geboorte en worden ze pas na enkele dagen hard.

Stekelvarkens hebben, met hun zachte stekeltjes, toch nog een relatief hoge ‘aaibaarheidsfactor’. Bij reptielen is dat vaak al wat minder, maar daarom zijn ze niet minder ‘mooi’. Bij de gele anaconda zijn er ook weer baby’s geboren, deze slangen zijn eierlevendbarend, dat wil zeggen dat ze levende jongen ter wereld brengen bij een geboorte bijna zoals bij zoogdieren. In werkelijkheid zijn het eigenlijk de (erg dunne) eieren die uitkomen direct na het leggen.

Een andere Zuid-Amerikaanse slang heeft zich ook kunnen voortplanten in Pakawi Park, eentje die wat zeldzamer gekweekt wordt, en dat is de kippenslang. Kippenslangen zijn geen dikke wurgslangen die kippen opeten, maar erg slanke niet giftige slangen die vaak rond het kippenhok te vinden zijn om kleine knaagdieren en vogels te vangen die op het voer van de kippen afkomen. Deze slang legt wél eieren die uitgebroed moeten worden. Helaas is er maar één jong succesvol uit het ei gekomen, maar onder het motto ‘ééntje is beter dan geentje’ zijn we er toch erg blij mee.

Om af te sluiten zijn er nog ‘minder’ geliefde dieren die zich voortgeplant hebben. Aziatische bosschorpioenen zijn van niet veel mensen dé favoriet, al zijn er toch steeds meer mensen die in het algemeen de minder bekende dieren wel steeds leuker vinden. Wie vindt deze moeder die haar kroost beschermd door haar jongen op de rug te nemen nu niet uberschattig?

Dat de jonge bonte vari’s in het begin moeilijk zichtbaar zijn heeft alles te maken met hét grote verschil tussen bonte vari’s en bijvoorbeeld ringstaatmaki’s (onze andere lemuren). Ringstaarmaki’s dragen, net zoals vele andere primaten, de jongen constant mee op de rug of de buik. Bonte vari’s daarentegen hebben een andere techniek. Zij plaatsen de jongen namelijk in een soort nest. Gedrag dat we eerder kennen van vogels en sommige minder nauw verwante zoogdieren zoals sommige knaagdieren en roofdieren. Deze leggen hun jongen echter vaak in een hol of een grot. Maar de bonte vari’s kiezen allerlei plaatsen zoals tussen de begroeiing of in een boomholte. Ze kiezen meerdere nesten zelfs, want als de groep gaat foerageren (naar voedsel zoeken) worden de jongen verplaatst van nest naar nest zodat ze toch altijd niet té ver weg zijn van de moeder. Deze vorm van ouderlijke zorg noemen ze ook wel het ‘parkeren’ van jongen.

Onze nieuwsgierige kleintjes in actie!

Je jongen in een nest achterlaten heeft risico’s natuurlijk. Als een predator, zoals bijvoorbeeld de fossa, een nest vindt zijn de jongen een makkelijke prooi. Maar anderzijds moet de moeder de jongen niet zichtbaar meedragen en is ze veel mobieler als ze voedsel zoekt. Hierdoor zijn de jongen minder snel gespot door en roofdier. En er is nog één bijkomend voordeel, als je jongen aan je lichaam hangen dan zijn één of twee jongen wel het maximum. Bonte vari’s kunnen daarom makkelijk 3 jongen hebben, ook al is dat deze keer niet het geval.

Bonte vari’s blijven best lang in de groep van de ouders, zelfs tot na de geboorte van de volgende baby’s. Maar nu zijn de zwartwitte pluisballetjes wel op hun mooist, dus kom ze zeker bewonderen bij ons in Pakawi Park.

Zowel de bezoekers als de verzorgers verwachten steeds meer dat er tijd en ruimte is voor verrijking. Dat is geen manier om snel rijk te worden, wél het ‘verrijken’ van het leven van de dierentuindieren door variatie in hun leven te brengen.

Enkele klassieke ‘speeltjes’ in het verblijf gooien zal niet voor ieder dier even interessant zijn. Zeker omdat kunstmatige speeltjes in de natuur niet voorkomen. Een ‘speeltje’ voor dieren kan gaan van een (rotte) boomstam, bevroren voedsel, takken van bepaalde bomen of kartonnen dozen tot een complexe puzzel of een nieuw landschapselement in het verblijf.

Je moet kijken naar de fysiologie en de levenswijze van een dier om de juiste verrijking te bieden. Zo zijn onze gestreepte hyena’s eigenlijk solitaire dieren maar ze hebben toch ergens wel interactie met elkaar. Hun aaneensluitende verblijven zijn dus een verrijking maar we moeten ook zorgen dat het niet stresserend is om elkaar constant te zien. Daarom hebben we een extra inrichtingselement toegevoegd waar de dieren ook een zichtscherm hebben om zich wat te verstoppen. Tegelijk biedt dit nieuw object verschillende types van verrijking aan. Het is omgevingsverrijking om hun omgeving af en toe te wijzigen, zoals met deze klimstructuur. Als het natuurlijk gedrag uitlokt zoals klimmen, krabben, bijten of markeren dan is het ook gedragsverrijking.  Er zijn ook bevestigingspunten op deze structuur aangebracht zodat er bijvoorbeeld ook voedsel aan vastgemaakt kan worden zodat de dieren het moeten lostrekken en sleuren in een vorm van voedselverrijking. Ook fruit kan hier verstopt worden want deze hyena’s zijn geen pure vleeseters. Hyena’s hebben een geweldige reukzin, dus ook het aanbrengen van vreemde ‘luchtjes’ is een vorm van geurverrijking. Dit kan gaan van mest van andere dieren (prooidieren of rivaliserende roofdieren) tot vreemde kruiden of honing.

Ook de beren hebben twee stevige klimplatformen gekregen. Zichtschermen zijn hier iets minder belangrijk maar het omgekeerde wel. Een verhoogd uitkijkplatform oftewel ‘vista’ is voor deze dieren dan weer wel een zinvolle upgrade. De dieren kunnen hier de omgeving afspeuren op een verhoogd platform. Ook hier kan voedselverrijking én geurverrijking plaatsvinden. Want de beren hebben één van de beste neuzen van de dierenwereld.

Deze objecten kaderen in een groter geheel van een upgrade in verrijking, compleet met een verrijkingsverantwoordelijke oftewel ‘dierenplezier verantwoordelijke’, een droomjob, toch?

Het nieuw samengestelde koppeltje capibara’s heeft 4 jongen gekregen. Dat is goed nieuws want dat betekent dat we terug vertrokken zijn om een mooie kudde op te bouwen.

Nadat één van de ouderdieren overleden was van de vorige groep moesten we een nieuw paartje samenstellen. Zo gaat dat bij capibara’s die in familiegroepen leven. Zo lang de ouderdieren beiden leven komen en gaan er jongen zodat de kudde altijd een kudde blijft. Maar indien er een ouder wegvalt, valt de kudde uit elkaar. Logisch ook, want als ze bij elkaar blijven krijg je inteelt. Je kan niet zomaar vreemde capibara’s in een bestaande familiegroep introduceren, daar komt ruzie van. Er kwam dus een nieuw vrouwtje uit Duitsland bij onze man te zitten.

Capibara’s zijn knaagdieren, de grootste ter wereld zelfs. Ze worden ook wel waterzwijnen genoemd omdat ze ongeveer dezelfde lichaamsbouw hebben als varkens. Je zou het niet zeggen maar ze zijn daarentegen nauw verwant aan de cavia. En net zoals bij de cavia komen de jongen kant en klaar ter wereld. De draagtijd is dan ook 150 dagen en geen 20 dagen zoals bij een muis bijvoorbeeld. Binnen de knaagdieren heb je namelijk twee verschillende groepen met enorme verschillen. Enerzijds heb je de stekelvarkenachtigen, waartoe ook onze capibara’s behoren. Anderzijds heb je groepen met vele naakte en blinde baby’s zoals de eekhoorns en de muisachtigen. Baby capibara’s lopen al rond met ogen en oren wijd open en eten na enkele dagen al vast voedsel, al blijven ze ook nog wel enkele maanden zogen. Ze kunnen relatief lang bij de ouders blijven, zelfs al worden er jongere broers en zusjes geboren. Je kan ze dus zeker nog het hele seizoen komen bewonderen.

Ontdek hoe dierenparken bijdragen aan de wereldwijde gibbonbescherming! Onze dierenverzorgster Charissa deelde ervaringen en ideeën tijdens een inspirerende workshop in Engeland.  

Samenwerking tussen dierentuinen, opvangcentra en re-introductie organisaties is cruciaal voor het behoud van deze bijzondere dieren.

Lees meer

 

Speed heeft zijn naam niet gestolen, moest het een probleemloze cheeta zijn. Cheeta’s of jachtluipaarden zijn immers de snelste landdieren die er zijn. Maar Speed is hier toegekomen met een klein ‘probleempje’, namelijk met een medisch implantaat van een complexe botbreuk in het dierenpark waar hij geboren is. Hij zal dus nooit de snelste worden. 

In ieder geval dat implantaat ‘had’ hij, want op 31 maart is het medisch implantaat verwijderd. Dat was nodig omdat dit geplaatst is geweest toen het dier nog jong was en het bot sindsdien ook nog gegroeid is. Daardoor komt er te veel spanning op het implantaat. Na verloop van tijd komen de schroeven té vast te zitten en duwt het implantaat te strak tegen de huid. 

Ook geschoren heeft een cheeta vlekjes!

Voor deze operatie deden we een beroep op de Universiteit van Gent. Waar onze nieuwe dierenarts Robby van Leeuwenberg ook gedeeltelijk werkzaam is.   Deze gecompliceerde operatie werd uitgevoerd door een team van maar liefst 8 mensen waaronder 3 chirurgen met 2 assistenten én 3 anesthesisten die constant de verdoving gemonitord hebben. Daarnaast is er nog een apart maagonderzoek geweest en hebben we meegewerkt aan wetenschappelijk onderzoek door ook een hartecho en nieronderzoek te laten doen. Onze eigen dierenarts Robby van Leeuwenberg deed daarbovenop nog een vruchtbaarheidsonderzoek. Verzorgers Dieter en Katrien waren er ook bij en verzorgden het transport van het dier. Er zijn dus maar liefst 14 mensen betrokken geweest bij een ingreep die 7 uren in beslag genomen heeft, de rit niet meegerekend. 

Er moest maar eens té weinig volk zijn

Speed heeft na de operatie een middel gekregen waardoor hij een beetje ‘mellow’ wordt zodat hij minder pijn heeft en minder de behoefte heeft om aan de wonde te likken.  Een cheeta met een lampenkap op zijn kop is immers niet ze elegant of aerodynamisch natuurlijk. 

Niet enkel de cheeta’s of jachtluipaarden zijn snel, ook onze capabele techniekers. Eens ze zich op een project richten gaat het snel vooruit.

Pakawi park is al jaren bekend om zijn jachtluipaarden. Het werd dus tijd om het oude verblijf een complete make-over te geven met enkele leuke speelse elementen voor onze kleine of grote, avontuurlijke bezoekers. Die zullen via een sluipweg op zoek kunnen gaan naar een gestrande terreinwagen om van hieruit deze prachtige dieren te ontdekken. We leggen nu de laatste hand aan de omheiningen. Het verblijf bestaat uit twee delen. Vanaf volgende week zal het tweede gedeelte in gebruik genomen worden . 

Alles werd onder de loep genomen zoals een véél beter geïsoleerd binnenverblijf met drie volledig nieuwe binnenperken. Maar ook de groene tuindraad die dienst deed als omheining is nu vervangen door een stevigere en hogere omheining. Het perk zal opdeelbaar zijn, zodat we in de toekomst een beetje kunnen schuiven met dieren tussen verschillende binnen-en buitenverblijven naargelang er nood aan is. Ook aan de bezoeker is gedacht, een groot raam levert toeschouwers en fotografen een ander beeld op en de gestrande terreinwagen geeft ook een aparte beleving, die haalt dan wel geen 100 km/u meer.

De keuze om dit verblijf nu te renoveren heeft ook nog een bijkomende reden, we hebben namelijk ook nieuws te melden op vlak van de jachtluipaarden zelf. Bezoekers kennen Jaffa en zijn zoon Speed natuurlijk al een tijdje. Maar eens het nieuwe verblijf af is zal ook vrouwtje Sedona haar intrede doen in ons park. Ze zit al een tijdje in quarantaine en had wat extra zorg nodig, maar nu is ze tiptop en kan ze binnenkort haar intrede doen in haar nieuwe stek. Speed zal even moeten recupereren van een flinke operatie, maar dat bespreken we binnenkort in een ander artikel van zodra we zicht hebben op zijn herstel.

Het verblijf van de jachtluipaarden renoveren kadert in een project rond het aanpassen van vele verblijven van de grote roofdieren. Naast de jachtluipaarden zijn ook reeds de tijgers en de witte leeuwen aangepakt, benieuwd wat het volgende zal zijn?

De witoorpenseelaapjes in de tropenhal hebben een flinke upgrade gekregen als verblijf. Ze mogen nu een groot gedeelte van de dag los in de hal rondlopen, tot groot jolijt van de bezoekers.

Het is eens wat anders om een aapje voorbij te zien springen dan enkel maar vogels te zien in onze tropenhal. Het is nog een beetje zoeken hoe ze zullen omgaan met de verschillende soorten vogels. Als dit meevalt hebben we dus voortaan een extraatje in de tropenhal. Zuid Amerikaanse klauwaapjes eten namelijk naast gom (boomsap), fruit en insecten ook wel eens graag een hagedis, eitje of jong vogeltje. Maar de vogels zijn ook slim door hun nesten op moeilijke plaatsen te maken of ze verdedigen de nesten fel. Ook zulke interacties kunnen een verrijking zijn voor alle diersoorten. Nesten verdedigen is immers ook natuurlijk gedrag, en zonder ‘natuurlijke’ vijanden willen vogels hun agressie dan wel eens op de verkeerde uitwerken, zoals hun partner. Nu kunnen ze zich focussen op de aapjes en de aapjes hebben hun handen vol met het ontdekken van de tropenhal.

Zie je iemand met een waterspuit op een aapje spuiten? Geen angst, dat zijn onze stewards die een oogje in het zeil houden om te zien dat de aapjes geen mensen lastig vallen, maar ook dat de mensen de aapjes niet lastig vallen door ze te voederen! Ook als de aapjes iets verkeerd doen, zoals aan kabels bijten of vogels lastig vallen, kunnen ze een onverwachte douche krijgen. Zo leren ze wat kan en wat niet kan. We experimenteren deze paasvakantie met deze nieuwe vorm van een gemengd verblijf om daarna te evalueren of het blijvend kan zijn. Kom dus zeker kijken nu het kan!

21 Maart is het de dag tegen racisme en discriminatie, een onderwerp dat je misschien niet direct linkt aan een dierenpark, maar toch hebben ook wij hier een verrassende invalshoek.

Al (of pas) sinds 1966 is deze dag uitgeroepen tot dag tegen discriminatie omdat er destijds een betoging was tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Dus het is nog niet zo lang geleden dat we tot het besef kwamen dat alle mensen gelijk behandeld zouden moeten worden. Maar bij de dieren zondigen we hier nog vaak tegen. Aaibare, spectaculaire en mooie soorten zoals koala’s, pandaberen, tijgers en olifanten krijgen heel makkelijk de aandacht. Andere dieren, die misschien even ‘belangrijk’ zijn in termen van bedreigd zijn of zelfs een sleutelrol spelen in het ecosysteem, krijgen deze aandacht helaas niet.

Daarom zetten wij in Pakawi Park regelmatig de ‘underdogs’ in de kijker. Koudbloedigen en vogels zijn sowieso al iets minder ‘populair’ bij het grote publiek maar zelfs binnen deze groepen zijn er bekende en minder bekende soorten. De ara’s zijn bijvoorbeeld erg bekende vogels, typisch voor een dierentuin maar wij zetten regelmatig onze grote vasapapaegaaien uit Madagaskar in de kijker. Ze zijn niet zo kleurrijk maar zijn erg uniek in gedrag bijvoorbeeld én ze worden helemaal niet zo veel gekweekt. Wij hadden in 2022 gelukkig weer een jong.

Maar ook de hamerkop bijvoorbeeld, een bruine onbekende vogel maar hij wordt wel steeds zeldzamer omdat er te weinig mensen de focus op leggen om ook deze ex-situ populatie in stand te houden.

Hamerkop

Bij de reptielen zijn het vaak vooral de grote, gevaarlijke of giftige dieren die de mensen aanspreken. Maar in plaats van een reuzengrote Nijlkrokodil of Mississippialligator hebben wij een zeldzame Filipijnse krokodil als enige zoo in de Benelux.

Fillipijnse krokodil

Ook binnen de zoogdieren hebben we enkele underdogs. Vele bezoekers hebben nog nooit gehoord van de fossa’s of de beermarters. Twee diersoorten waarbij wij bijdragen aan het kweekprogramma.

Beermarter

Andere dieren zoals ons bruinbehaard gordeldier zijn dan weer een verrassende favoriet bij de bezoekers. Ze kenden hen misschien niet, maar nu ze hen wél kennen willen ze ook hén beschermen.

Gordeldier

Dus ook de underdogs zijn voor ons belangrijk omdat we ook binnen de dierenwereld niet mogen discrimineren op uiterlijk, gedrag, grootte of aaibaarheid.

Onze tropenhal bevat over het algemeen soorten uit allerlei tropische gebieden zoals Afrika, Azië en Amerika. Bovengronds vond je vroeger vooral de vogels en in de verdoken reptielengang de reptielen. Maar nu hebben we die regeltjes wat overboord gegooid. 

Ook in Pakawi Park kampen we met de hoge energieprijzen. Zo wordt het tijd om een paar verblijven nader te bekijken. Waaronder o.a. onze Tropenhal. Het hoeft geen verrassing te zijn dat deze ruimte nogal energie-intensief is. We zijn gaan kijken hoe de indeling was en hoe deze dan kon geoptimaliseerd worden. Immers, wanneer we in deze grote ruimte de temperatuur met een paar graden kunnen laten zakken dan scheelt dat al een hoop. Het gevolg is wel dat er een paar diersoorten moesten verhuizen naar warmere verbijven.  

Dit blijkt een win-win situatie! 

Witoorpenseelaapje bestudeert wat vanuit zijn standpunt een heuse “dino” is.

Enkele volières waarin vroeger vooral één soort vogel per volière te zien was zijn nu samengenomen en voorzien van isolatie, verlichting en inrichting. Zo wordt het monotone zicht doorbroken.  

Het eerste verblijf of ‘tropenhalterrarium’ is inmiddels al goed in gebruik genomen door de witoorpenseelaapjes, de groene leguanen en de kolenbranders. Ze leven hier door elkaar en allen zijn ze afkomstig uit Zuid-Amerika. We noemen dat een ‘gemengd verblijf’ en het heeft allerlei voordelen. Zo verwarm je slechts één ruimte voor drie diersoorten en omdat de minimumoppervlaktes nodig voor elke soort opgeteld moeten worden, genieten ze allen van een verblijf dat veel groter is dan dat ze er alleen in zouden zitten. Wel moeten wij opletten welke bewoners we aan co-housing laten doen. Als ze totaal andere zaken eten bestaat de kans dat ze een verkeerde voeding nemen. En als ze hetzelfde eten bestaat de kans dat ze ruzie maken. In dit geval zijn de leguanen vooral verzot op groene bladgroenten, de penseelaapjes op kleine stukjes groenten, fruit en insecten. De penseelaapjes eten ook graag ‘gom’ omdat ze in het wild boomsappen eten, de leguanen eten dat dan weer niet. De kolenbranders lusten ook groenten en fruit, maar deze landschildpadden kunnen niet springen of behendig klimmen zoals de andere bewoners. Daarom dat ieder zijn eigen voederschotel heeft die de rest moeilijker kan bereiken.  

Er is nog een laatste voordeel aan gemengde verblijven, en dat is de verrijking voor hun gedrag. De dieren hebben altijd wel een beetje interactie met elkaar en dat maakt hun alerter. Net zoals ze in het wild alert moeten zijn voor de dieren rondom hen. Leuker voor de bezoeker én leuker voor de dieren, wat wil je nog meer?  
 
Kom zeker nog eens kijken, tot de paasvakantie zijn we geopend in het week-end en op woensdagen, vanaf de paasvakantie zijn we weer elke dag open.